030-2299800
Blog van Els van Veen, huisarts

‘Een nieuw hokje'

  Els van Veen Opinie okt17
 

Els van Veen (Amsterdam, 1970) is
huisarts. 
Zij kreeg in 2014 de diagnose
autisme (ASS). Omdat zij niets kon vinden
over artsen met autisme, bouwde zij in
2016 de website www.artsenmetautisme.nl

Met het krijgen van de diagnose autisme zat ik opeens in een nieuw hokje, het hokje van de autisten. Ik zat al in de hokjes ‘vrouw’ en ‘wit’. Die twee zijn zichtbaar aan de buitenkant. En hoe je eruitziet, bepaalt voor een groot deel hoe andere mensen met je omgaan. Andere hokjes zijn van buiten niet meteen zichtbaar. Het ‘hetero hokje’ bijvoorbeeld, daar zit ik ook in, maar dat staat niet op mijn voorhoofd geschreven.

Ik voel mij soms ongemakkelijk met mijn hokjes. Bijvoorbeeld toen ik ooit, in een huisartsenpraktijk waar ik werkte, de assistente aan de telefoon hoorde zeggen:
‘Dan heeft u een afspraak bij dokter Van Veen, dat is een vrouwelijke huisarts’. Huh? Zou ze dat ook zeggen van een mannelijke huisarts?

Natuurlijk vind ik het niet erg als mensen per se een vrouwelijke arts willen spreken. Maar als dat niet het geval is, en hier was dat dus niet het geval, vind ik het onnodig om mijn sekse te benoemen. Ik vind het sowieso bijna nooit nodig om mensen in een hokje te stoppen, heb nooit veel op gehad met hokjesdenken. Mensen op grond van hun huidskleur ‘zwart’ of ‘wit’ noemen, vind ik bijvoorbeeld ook heel ongemakkelijk.

Met het krijgen van de diagnose autisme, kreeg ik er opeens een hokje bij: dat van de autisten. In dat nieuwe hokje, zo leerde ik al snel, worden mensen daarbuiten ‘neurotypicals’ genoemd, afgekort tot NT.
Daarmee worden mensen bedoeld met een ‘doorsnee' neurologische en psychologische ontwikkeling. Wikipedia zegt het zo: ‘Bij een “neurotypisch” persoon wordt de ontwikkeling op het gebied van het verwerken en gebruiken van sociale en zintuiglijke informatie algemeen gezien als normaal en aangepast.’

In het hokje van de autisten ontdekte ik dat mensen mét autisme vaak net zo erg van mij verschillen als mensen zonder. Het nieuwe hokje voelde ongemakkelijk; ik moest wennen aan mijn kersverse diagnose. Daarom las ik veel boeken over autisme, onder andere een boek over relaties waarin de ene persoon autistisch is en de andere niet.

Mijn eigen man werd door mijn diagnose autisme opeens ‘neurotypisch’. Meestal is dat trouwens andersom, als je relatie-hulp-boeken moet geloven.
In het eerder genoemde relatieboek - en trouwens ook in de meeste andere relatie-hulp-boeken - was de man bijna altijd de autist en de vrouw niet. Ik herkende mezelf daardoor niet in de partner met autisme, ook al niet doordat het boek uitging van de standaard man-vrouw rolverdeling. Het boek hielp me dan ook totaal niet, maar maakte juist dat ik mij onzeker voelde en in de war.

Gelukkig is mijn man óók niet zo van de hokjes. ‘Doe dat boek toch weg’, zei hij op een gegeven moment tegen mij.
Ik heb het boek onuitgelezen weggebracht naar een kringloopwinkel. Misschien hebben een neurotypische vrouw en een autistische man er zo nog iets aan.

Els van Veen

 

Deze blog is gepubliceerd op 2 juli 2018

Om de website goed te laten functioneren en te verbeteren gebruiken wij cookies. Als u de website verder gebruikt dan gaat u hiermee akkoord. Zie onze privacyverklaring, die ook geldt als u lid wordt of zich aanmeldt voor nieuwsbrieven.