Lidmaatschap AutismeFonds Info&advies Aanmelden zoek&vind 030-2299800
Onderwijsbegeleiding op maat

Wat heeft mijn kind nodig?

“Als onze zoon een opdracht niet snapt, dan maakt hij hem niet. Hij weet dan gewoon echt niet wat hij moet doen en het komt niet in hem op om hulp te vragen.”

“Wat mij helpt is een docent of (vaste) mentor waar ik naartoe kan gaan als ik het moeilijk heb. Iemand die rustig is en humor heeft.”

“Het zou fijn zijn als ik in de pauze niet per se naar het schoolplein hoef, maar even alleen achter de computer mag zitten of naar muziek mag luisteren, zodat ik rustig kan worden.”

Ieder kind met autisme is anders en heeft dus andere dingen nodig om optimaal te kunnen functioneren in het onderwijs. Onderstaand punten die van belang kunnen zijn voor begeleiding van een leerling met autisme op de basisschool en de middelbare school.

  • Een dagelijkse planning, eventueel met pictogrammen
  • Hulp bij plannen en organiseren
  • Begrip voor disharmonisch intelligentieprofiel
  • Voldoende aandacht voor sterke kanten
  • Alertheid op overvraging, ook op het gebied van sociale vaardigheden
  • Hulp bij grip krijgen op de tijd, bijvoorbeeld dmv een ‘timetimer’
  • Bescherming tegen sensorische overprikkeling, bijvoorbeeld dmv een ‘herriefoon’  of mp3-speler.
  • Goede informatieoverdracht bij verandering juf/meester
  • Extra evaluatiegesprekken met leerkracht/leraren
  • Eenduidige instructies in heldere taal
  • Een rustige en neutrale houding van de leerkracht, vooral als er problemen zijn
  • Praktijkvakken naast theoretische vakken
  • Een assertiviteitscursus (o.a. hulp leren vragen)
  • Een cursus sociale vaardigheden (SOVA-training)
  • Een faalangsttraining
  • Een ruimte om zich terug te trekken bij overprikkeling
  • Kennis van autisme bij de school
  • Hulp voor problemen als hoofdpijn, slapeloosheid of angstklachten
  • Een vast contactpersoon die vaak aanwezig is
  • Een vaste werkplek in de klas
  • Een prikkelarme werkplek
  • Een vast maatje      
  • Begeleiding tijdens de gymles
  • Extra begeleiding tijdens overgangsmomenten
  • Een rustige ruimte om de pauze door te brengen
  • Voorbereiding op veranderingen
  • Begeleiding tijdens uitjes
  • Begeleiding tijdens bijzondere dagen, bijvoorbeeld de feestdagen
  • Duidelijke Instructies tijdens ‘lege’ momenten, bijvoorbeeld als een taak af is.
  • Bescherming tegen pesten
  • Duidelijke communicatie
  • Een duidelijk stappenplan voor het maken van taken
  • Hulp bij opstarten van taken
  • Hulp bij hulp vragen
  • Alertheid op zowel onder- als overschatting
  • Goede afstemming met collega’s/goede overdracht van informatie bij elk nieuw schooljaar
  • Hulp bij samenwerken
  • Structuur
  • Alertheid op signalen van angst en stress.
  • Extra tijd voor taken
  • Een wiebelkussen
  • Verzwaringsvestje

 
Aanvullende aandachtspunten voor de middelbare school

  • Huiswerkbegeleiding
  • Hulp bij agenda-beheer
  • Meer tijd voor opdrachten, toetsen en examen
  • Extra rustdag bij oververmoeidheid
  • Brugklastraining

 

Het Autismepaspoort is een online instrument waarmee de individuele kenmerken van ieder kind met autisme overzichtelijk, op slechts twee A4-tjes in beeld kan worden gebracht. Zo kan een ouder, leerkracht, hulpverlener of andere professional in één oogopslag zien waar hij of zij rekening mee moet houden in de benadering van dit individuele kind. Inzicht in deze individuele kenmerken betekent:

  • inzicht in ‘dat waar gedrag vandaan komt’ (zie praktijkvoorbeeld hieronder)
  • kans om in te spelen op die oorzaak, en daarmee tot een werkelijke oplossing of verbetering komt te komen
  • minder stres bij het kind, omdat hij niet over- of ondervraagd wordt
  • gemakkelijk overdraagbare informatie voor alle betrokkenen

Hoe werkt het?

  • Het autismepaspoort is online in te vullen, te bekijken en aan te passen.
  • De online tool  voldoet aan alle eisen die de Wet Bescherming Persoonsgegevens stelt, zodat u zeker weet dat uw gegevens veilig zijn.
  • In het autismepaspoort worden tien gebieden in beeld gebracht.
  • Het onderzoek dat vooraf ging aan de ontwikkeling van het paspoort heeft drie landelijke onderzoekprijzen gewonnen, waaronder de HanneMieke Prijs van de NvA (2014).
  • Het invullen van het autismepaspoort duurt, indien alle informatie aanwezig is, ongeveer 2 uur. Er kan echter tussentijds worden gestopt met invullen, als u bijvoorbeeld extra informatie wilt opzoeken.
  • Het autismepaspoort kan ingevuld worden door een ouder of door een professional op school, bijvoorbeeld een intern begeleider, een orthopedagoog of een autismeleerkracht. De beste resultaten worden echter bereikt als ouders en school hun kennis en ervaring samenvoegen en het paspoort samen invullen.

Meer informatie: www.autismepaspoort.nl

Praktijkvoorbeeld

David is een  jongen met  autisme van zeven jaar. Bij ieder ‘kringmoment’ op school gaat het mis:  hij loopt van zijn stoel af of hij krijgt ruzie met zijn buren. De leerkracht van David heeft al veel dingen geprobeerd om dit probleem op te lossen. Daarbij richt zij zich op het gedrag van David. Zij heeft hem al een paar keer straf gegeven, met zijn ouders gepraat, en daarna een beloningssysteem ingezet. 

Uiteindelijk blijft David op zijn stoel zitten. Want...hij wil heel graag iedere dag een sticker...

Hij laat op andere momenten echter veel meer agressief gedrag zien. 
David is namelijk overgevoelig voor geluid en heeft er heel erg veel last van als zijn klasgenoten zo dicht bij hem zitten. Hij begrijpt niet hoe lang en waarom hij in de kring moet zitten, en weet ook niet wanneer hij nu aan de beurt zal zijn.

Deze ervaringen geven David veel stress, maar hij ondergaat ze  ‘voor de sticker’. Ze zorgen er echter wel voor dat zijn spreekwoordelijke emmer al bijna overloopt voordat hij de dag begint.

Als deze leerkracht een autismepaspoort van David had gehad, had zij geweten van zijn zintuiglijke overgevoeligheden, zijn problemen met het zien van een context en zijn behoefte aan voorspelbaarheid. De leerkracht had dan preventief een oplossing kunnen bedenken al voordat het daadwerkelijke probleem ontstond! 

    

Wat Passend Onderwijs is, ligt niet vast. Elk samenwerkingsverband is vrij om hier zelf een invulling aan te geven. In het zogeheten ondersteuningsplan, dat elk samenwerkingsverband eens in de vier jaar opstelt in samenwerking met de gemeente(n), staat dit beschreven. Daarnaast heeft elke individuele school een zogeheten ondersteuningsprofiel waarin staat wat zij te bieden heeft aan zorgleerlingen. Er zijn scholen die zich min of meer specialiseren in ‘arrangementen’ voor een specifieke groep leerlingen, bijvoorbeeld met autisme, of adhd. 

Elke school moet goede basisondersteuning bieden; hieronder vallen bijvoorbeeld aanpassingen in verband met dyslexie of dyscalculie. Autismebegeleiding valt hier niet onder, maar volgens de Wet Gelijke Behandeling (WGBH/CZ) moeten alle scholen de ondersteuningsbehoefte van leerlingen met autisme altijd serieus onderzoeken. Als blijkt dat de benodigde aanpassingen voor een school geen onevenredige belasting vormen, dan moeten die worden gedaan. Of een school nou in autisme is gespecialiseerd of niet.

 

Aanpassingen

Als het op school niet lekker loopt mag je als ouder altijd vragen om een gesprek. Denk je dat een bepaalde aanpassing jouw kind zou kunnen helpen, vraag er dan zo snel mogelijk om. Mogelijke aanpassingen zijn hulp bij het plannen en organiseren, het samenwerken of het invullen van de agenda. Sommige aanpassingen, zoals bijvoorbeeld extra examentijd, moeten ruim tevoren worden aangevraagd. De intern begeleider of zorgcoördinator kan hier meer over vertellen.

 

Een vast maatje in de klas
Een klasgenoot als maatje kan een kind helpen met praktische zaken zoals het invullen van de agenda of het wegwijs maken binnen de school. Maar ook met het overleven op sociaal gebied,  bijvoorbeeld door uit te leggen wat er in de klas speelt tussen leerlingen of  wat er door de anderen van het kind wordt verwacht. Het is goed om je kind uit te leggen dat een maatje iets anders is dan een vriend.

 

Vast contactpersoon

Voor kinderen met autisme is een vast contactpersoon op school fijn. Voor als ze vragen hebben, maar ook als ze de behoefte hebben om iets te bespreken dat ze dwars zit. Een vast contactpersoon is liefst dagelijks aanwezig en heeft een goede klik met het kind.

 

Regelmatige evaluatie

Het is redelijk om aan school te vragen of je regelmatig een evaluatiegesprek kunt hebben over het functioneren van je kind, met de juf of meester of met de mentor. 


Bescherming tegen pesten 

Je mag van school verwachten dat zij je kind beschermt tegen pesten. Ook is het belangrijk dat school signaleert als een kind buiten de boot valt. In overleg met de ouders kan dan actie worden ondernomen om de sociale positie van het kind te versterken, bijvoorbeeld door het te koppelen aan een ‘maatje’ in de klas.  

Als je er niet uitkomt 

Problemen kunnen het beste eerst worden besproken met de leerkracht/leraar of mentor van je kind. De meest logische volgende stap is een gesprek met de schoolleiding en/of de vertrouwenspersoon. Kom je er niet uit, dan kan je een onderwijsconsulent inschakelen. In een aantal gevallen kan je daarnaast ook advies vragen aan de Geschillencommissie Passend Onderwijs. Dit geldt bijvoorbeeld voor alle conflicten over de toelating of verwijdering van zorgleerlingen en over de vaststelling en bijstelling van een ontwikkelingsperspectief (OPP). 

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de meeste hulp aan kinderen en jongeren. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om een persoonlijk begeleider, opvoedondersteuning  of een tijdelijke behandeling in een instelling voor jeugd-ggz. De gemeente gaat de zorg niet zelf uitvoeren, maar sluit contracten met een aantal bestaande aanbieders. Informeer van te voren goed of de zorg die jij nodig hebt wordt vergoed. Voor informatie kun je contact opnemen met het WMO-loket van jouw gemeente.  

Informatie geven

Omdat elk kind met autisme anders is, is het belangrijk dat je de school goed informeert over hoe jouw kind in elkaar steekt. Jij bent de expert en jouw informatie is essentieel voor een goede, op maat gesneden, ondersteuning. Houd de informatie zo kort en concreet mogelijk; dat vergroot de kans dat leraren en leerkrachten er serieus naar kijken. 

In gesprek blijven

Blijf jezelf constructief opstellen in het contact met de school. Probeer eventuele boosheid en irritatie zo min mogelijk te laten merken. Ben je het ergens niet mee eens, zeg dat dan rustig en vriendelijk. Probeer je zoveel mogelijk in te leven in de positie van de leerkracht of leraar. Als ouders en school tegenover elkaar komen te staan, is het kind altijd de dupe.

 

Je kind helpen

Er zijn veel manieren waarop je je kind kunt helpen, zeker tijdens de eerste tijd op de middelbare school. Je kunt samen een week of dagplanning maken voor het huiswerk, leerstof in behapbare brokken verdelen en samenvattingen maken. In Schoolgids Autisme van Ginette Wieken, moeder van twee kinderen met autisme én begeleider van autistische leerlingen op een middelbare school, staan veel handige tips. Je kunt je kind ook helpen op sociaal gebied. Bijvoorbeeld door uit te leggen wat er van hem wordt verwacht tijdens projecten waarbij veel samengewerkt moet worden. Ook is het goed om er op te letten dat je kind er altijd verzorgd uitziet en kleding draagt die bij leeftijdsgenoten niet uit de toon valt. 

 

Betrokkenheid tonen

Scholen stellen het op prijs als ouders op school meehelpen, bijvoorbeeld door mee te gaan met uitjes op de basisschool. Op de middelbare school is het goed om actief mee te denken over oplossingen als er problemen ontstaan. Ook is het belangrijk om regelmatig ouderavonden te bezoeken en gebruik te maken van de mogelijkheid om een paar keer per jaar een aantal docenten van je kind te spreken. 

 

Alert zijn op oververmoeidheid 

Kinderen met autisme kunnen oververmoeid raken door school. Het kan zijn dat ze hier op school niks van merken, maar thuis is dat des te meer voelbaar. Houd je kind af en toe een dagje thuis als het echt uitgeput dreigt te raken. Overleg met school als dit regelmatig nodig blijkt te zijn. 

Balans en NVA hebben in samenwerking met Blogboek en Childpoint het programma 'Passend Onderwijs in praktijk: samen werken aan ontwikkeling' ontwikkeld. 

Met de invoering van het Passend Onderwijs krijgen leerkrachten in de klas met ontwikkelingsproblematiek. Hiermee hebben ze nog niet altijd ervaring. Het programma 'Passend Onderwijs in Praktijk: samen werken aan ontwikkeling' is bedoeld om deze kinderen de juiste ondersteuning te bieden. En om leerkrachten, ouders en zorg te helpen dit samen voor elkaar te krijgen. Het programma richt zich op het optimaliseren van het leerklimaat en de zorg voor het individuele kind  en het optimaliseren van het leerklimaat en het zorgproces voor alle kinderen samen.

Kijk hier voor de folder Passend Onderwijs in praktijk en bekijk hier de film