Omgaan met sensorische prikkels
Baby's kunnen veel huilen, vooral de eerste maanden. Bijvoorbeeld omdat ze honger hebben, darmkrampjes hebben, moe zijn of omdat hun luier vol zit. Soms huilen ze zonder dat je begrijpt waarom. Meestal herken je na een paar weken de patronen. Je gaat na verloop van tijd steeds beter begrijpen waarom je baby huilt.
Ook al weet je waarom je baby huilt, dat huilen kan toch zwaar zijn, zeker als je overgevoelig bent voor geluid. Het geluid is hard, hoog en onvoorspelbaar. Je kunt het niet uitzetten of ontlopen. Gelukkig zijn er wel een aantal tips die je verder kunnen helpen.
Gebruik hulpmiddelen
Gebruik bijvoorbeeld gehoorbescherming (oordopjes, noise cancelling koptelefoon). Dit dempt het geluid, maar je hoort je baby nog wel. Dit gebruiken is geen teken van een slechte ouder zijn. Het is een hulpmiddel waardoor je als ouder beter kunt omgaan met het gehuil van je baby. Wanneer er gevoeligheid speelt op een ander gebied, verken dan welke hulpmiddelen jou kunnen helpen.
Afwisselen en afstand nemen
Wat ook helpt, is afwisselen met je partner. Troost de baby om de beurt. En leg je baby veilig neer als je even pauze nodig hebt. Een paar minuten afstand nemen om tot rust te komen is oké. Huilt je baby voor je gevoel echt heel veel en begrijp je niet waarom? Neem dan contact op met je huisarts of met het consultatiebureau.
Structuur en ritme
Veel mensen met autisme houden van structuur. Als ouder is structuur weten aan te brengen een handige eigenschap. Baby's hebben namelijk ook een vast ritme nodig. Het geeft rust en voorspelbaarheid voor jullie allebei.
Een ritme opbouwen
De eerste weken is alles chaotisch, dat is normaal. Vanaf 6-8 weken kun je voorzichtig een ritme opbouwen. Langzaam werk je toe naar vaste tijden voor eten, slapen en verschonen. Maar neem de behoeften van je baby altijd als leidraad. Als de luier vies is, maar het is volgens het schema nog geen tijd om te verschonen, zal je de luier toch moeten gaan verwisselen. Je kunt ook noteren wanneer je baby eet, slaapt en huilt. Zo zie je patronen ontstaan. Er zijn apps voor, maar een simpel papiertje werkt ook.
Je kunt ook een dagschema maken dat voor jou en je baby werkt. En wees niet te streng, want baby's zijn onvoorspelbaar. Een globaal ritme is al genoeg.
Script voor onverwachte gebeurtenissen
Als je een baby hebt, krijg je te maken met veel onvoorspelbare momenten. Je kunt overwegen om een aantal scripts te maken. Bijvoorbeeld een script voor wat er zou kunnen gebeuren wanneer je met je baby een wandeling maakt. Je kunt vooraf een aantal scenario’s doorlopen: Wie kom je tegen op straat? Waar ga je heen en wat doe je als je baby onderweg moet huilen of een schone luier moet? Een script kan het wat makkelijker maken om te schakelen wanneer iets anders verloopt dan je dacht.
Prikkels beperken in de eerste weken
Een baby brengt veel nieuwe prikkels: geluiden, geuren, activiteiten én bezoekers. Je huis voelt misschien niet meer als jouw huis, omdat er allerlei nieuwe dingen bij komen.
Kraambezoek is vermoeiend voor iedereen. Voor jou kan het extra zwaar zijn. Plan maximaal 1 à 2 bezoekers per dag. En spreek duidelijke tijden af. Je mag ook gewoon ‘nee’ zeggen tegen bezoek. Of kraambezoek uitstellen tot je er klaar voor bent.
Rustmomenten
Plan voldoende rustmomenten voor jezelf in. Al is het maar 15 minuten. Pak rust op een manier die voor jou werkt. Dit is niet egoïstisch, maar noodzakelijk. Uitgerust ben je namelijk een betere ouder voor je kind. Bedenk ook wat je samen met de baby kunt doen aan rustgevende activiteiten. Er zijn ouders die zelf ook wat ontspannen van bijvoorbeeld zingen of voorlezen.
Houd ook een plek in huis voor jezelf. Waar je eigen spullen staan zoals jij dat wil. Dat kan ook een hoekje van de slaapkamer of studeerkamer zijn. Dit geeft rust en overzicht.
Informatie beperken
Rust behouden kan ook door de hoeveelheid informatie te begrenzen. Er is oneindig veel online op te zoeken over baby's. En mensen om je heen willen vaak advies geven over de zorg voor je baby. Overweeg of het misschien beter voor jou werkt om 1 à 2 boeken als gids te kiezen. En bijvoorbeeld 1 à 2 raadgevers uit jouw netwerk. Zo zal er meer één lijn in de informatie zitten.
Borstvoeding of fles?
Borstvoeding en flesvoeding hebben allebei voor- en nadelen. Borstvoeding geeft je baby alle voedingsstoffen en afweerstoffen die het die eerste periode nodig heeft. Maar borstvoeding geven kan ook heel intens zijn: er is veel lichamelijk contact en voedingstijden zijn minder voorspelbaar. Vooral in het begin drinkt een baby vaak en kunnen de voedingsmomenten lang duren. Hoe ouder je baby, hoe minder vaak en hoe sneller het drinkt. Het wordt dus steeds wat makkelijker.
Flesvoeding kan een goed alternatief zijn als de borstvoeding om wat voor reden dan ook niet goed (meer) werkt voor jou. Flesvoeding geeft ook meer structuur en anderen kunnen helpen. Kies niet wat ‘hoort’, maar wat voor jou werkt. Je kunt ook eerst borstvoeding proberen en dan naar de fles overstappen. Het is zelfs mogelijk om borstvoeding af te kolven en in een flesje te geven. Zo kan ook je partner een voedingsmoment overnemen.
Er zijn veel opties om het zo fijn mogelijk te laten verlopen voor jou en voor je baby. Vraag advies aan een kraamverzorger of bij het consultatiebureau. Je kunt ook al advies inwinnen vóór de bevalling (prenataal lactatieconsult).
Lichamelijk contact
Een baby heeft lichamelijk contact nodig. Dit kan veel van je vragen als je hier gevoelig voor bent. Wissel af: soms knuffelen, soms in een draagzak, soms in de wagen. Neem pauzes wanneer het te veel wordt. En laat anderen ook knuffelen en dragen.
Hulp vragen mag gewoon
Je kunt niet alles alleen en zorgen voor een baby is echt een dagtaak. Hulp vragen is geen zwakte, maar slim. Het voorkomt namelijk overbelasting. Het is wel belangrijk dat je specifiek bent in de hulp die je vraagt. Bijvoorbeeld:
Meerdere mensen kunnen je helpen. Je partner bijvoorbeeld. Familie en vrienden. Daarnaast de kraamzorg, het consultatiebureau en je huisarts.
Autistische ouders kunnen communicatieproblemen ervaren met hulpverleners. Probeer dit vroegtijdig bespreekbaar te maken. Bijvoorbeeld door aan te geven dat je hoopt samen met de ander, miscommunicatie te voorkomen. Misschien wil je aangeven wat daarbij voor jou helpt en wat niet.
Hulpsignalen bij jezelf herkennen
Misschien twijfel je soms of het te veel voor je wordt. Wat je merkt:
Let op: Dit kunnen signalen zijn van een postnatale depressie of burn-out. Dit komt vaker voor, óók bij mannen.
Het is belangrijk dat je hier niet alleen mee blijft rondlopen. Praat erover met je partner of iemand anders die jij vertrouwt. En bel je huisarts. Er is namelijk hulp beschikbaar.
Kijk ook eens op deze websites over de eerste periode met je baby: