Bijzonderheden rondom eten
40 tot 90 procent van de mensen met autisme heeft bijzonderheden rondom eten. Lees hoe deze bijzonderheden ontstaan en hoe je ermee kunt omgaan.
40 tot 90 procent van de mensen met autisme heeft bijzonderheden rondom eten. Lees hoe deze bijzonderheden ontstaan en hoe je ermee kunt omgaan.
Eetproblemen en autisme zijn nauwe verwanten. 40 tot 90 procent van de mensen met autisme heeft een lastige relatie met eten. Eten raakt aan veel zaken die mensen met autisme moeilijk vinden.
De onderliggende oorzaken van bijzonderheden rond eten bij autisme zijn:
voorkeur voor voorspelbaarheid;
grote moeite met veranderingen;
andere prikkel- en informatieverwerking;
executieve vaardigheden;
problemen met de spijsvertering (maag-darmproblemen);
moeite met motorische handelingen;
sociale aspecten.
Tijdens een maaltijd worden de zintuigen op allerlei manieren geprikkeld. Denk aan de geur van het eten, de smaak en het gevoel dat het geeft in je mond. En dan zijn er ook nog de prikkels uit de omgeving. Het schelle geluid van een stoel die wordt verschoven, het gebrom van een afzuigkap of het gesmak van een tafelgenoot. Al die prikkels kunnen overweldigend zijn en afleiden van de maaltijd zelf.
Ook de interne prikkels die eten kunnen geven, zoals snel een 'vol’ gevoel in de maag hebben, kunnen ervoor zorgen dat je eten niet goed verdraagt. Je kunt door al deze interne en externe prikkels overspoeld raken. Om orde te scheppen in de chaos kun je bijzondere eetgewoonten ontwikkelen. Zoals het scheiden van verschillende voedingsmiddelen. Een vakjesbord kan dan uitkomst bieden.
Overgevoeligheid kan van 2 kanten komen. Het voedsel zelf kan te veel prikkels geven door de geur, smaak en textuur. Of de omgeving geeft te veel prikkels, zoals het geluid van bestek dat tikt op de borden. Als je gespannen bent en dan ook nog geprikkeld raakt door voedsel dat onprettig aanvoelt, kun je overweldigd raken. Zeker als je nog jong bent, overdag naar school bent geweest en al onrustig voor het avondeten aan tafel komt.
Er zijn ook mensen met autisme die eten of bepaalde smaken juist als een bijzonder prettige prikkel ervaren. Voor hen kan het lastig zijn om op tijd te stoppen met eten. Zeker als zij ook niet goed aanvoelen wanneer ze ‘vol’ zitten, kan dat problemen geven of ongezond zijn.
Ondergevoeligheid voor prikkels komt ook regelmatig voor bij mensen met autisme. Je bent bijvoorbeeld ondergevoelig voor de geur of de smaak van voedsel. Het gevolg hiervan kan zijn dat je nauwelijks plezier aan eten beleeft. Of dat je juist op zoek gaat naar heftige, scherpe smaken.
Ook kun je ondergevoelig zijn voor prikkels van binnenin je lichaam. Het gaat dan om prikkels als pijn, honger en verzadiging. Een hongerprikkel of verzadigingsgevoel wordt vaak niet goed opgemerkt. Je hebt geen honger of merkt niet dat je al vol zit. Zo kun je steeds te veel of juist te weinig eten, met onder- of overgewicht tot gevolg.
Veel mensen met autisme hebben specifieke eetvoorkeuren. Dit kan gaan om voorkeuren voor bepaalde smaken of texturen. Maar ook om het vasthouden aan een bepaald merk, bepaalde winkel of specifiek soort servies. De oorzaak ligt vaak in moeite met veranderingen en een grote voorkeur voor voorspelbaarheid, gecombineerd met gevoeligheid voor prikkels. Dat wordt ook wel sensorische gevoeligheid genoemd.
Je eetpatroon kan steeds beperkter worden als je vasthoudt aan bepaalde producten of merken. Een vermelding als 'nieuw, verbeterd product' kan ervoor zorgen dat je iets niet meer wil eten. Een beperkt eetpatroon kan het dagelijks leven lastig maken. Bijvoorbeeld omdat dit eten in de kantine op school of op het werk moeilijk maakt. Ook kan uit eten gaan of bij andere mensen eten hierdoor te spannend zijn.
Maaltijden vragen veel van je vaardigheden, zoals plannen en organiseren. Boodschappen doen in een drukke supermarkt, bedenken wat je vandaag, morgen én over een week wil eten. Ook het koken zelf is een taak waarbij je voortdurend veel dingen tegelijk moet doen. Is alles wel op dezelfde tijd klaar bijvoorbeeld? Veel mensen met autisme kunnen dit lastig vinden, ongeacht hun intelligentie.
Een (nieuw) recept volgen kan moeilijk zijn. Een recept is vaak weinig specifiek. Het gaat ervan uit dat je veel voorkennis hebt. ‘Kook de aardappels in 20 minuten gaar’, betekent dus eigenlijk dat je de aardappels in een pan moet doen, met water erbij waarbij de aardappels helemaal onder water staan. Vervolgens zet je de pan met de deksel erop op het vuur of op de elektrische kookplaat. Zodra het water kookt mag de deksel eraf en wacht je tot de aardappels gaar zijn, etc. Rondom eten zit een enorme planning. Hier kun je op vastlopen. Kies voor recepten die stap voor stap zijn uitgeschreven, of die met foto's of plaatjes het koken ondersteunen.
Als je moeite hebt met plannen, kan dat ertoe leiden dat je niet op tijd boodschappen doet. Want: 'Ik heb nu toch geen honger'. Wanneer er later toch een hongergevoel ontstaat, dan stil je dit misschien met het eten van snacks. Zo kan een ongezond eetpatroon ontstaan.
Mensen met autisme hebben vaker problemen met de spijsvertering of hebben maag- en darmproblemen. Klachten van gasvorming, diarree, verstopping en gevoeligheid voor voedsel komen 5 tot 9 keer vaker voor dan bij mensen zonder autisme. De oorzaak van deze problemen is niet helemaal bekend.
Ook stress en overbelasting kunnen problemen zoals diarree en verstopping versterken. De darmproblemen kun je dan als een signaal zien dat je overbelast bent. Probeer ervoor te zorgen dat je het rustiger aandoet en stress vermindert.
Sommige mensen met autisme eten liever niet waar mensen bij zijn, op school of op het werk. Zo eten ze dus op afwijkende tijden en ook dit kan leiden tot darmklachten.
De motorische handelingen rond een maaltijd kunnen voor problemen zorgen. Je moet je eten snijden en op een vork naar je mond brengen. En dat terwijl er gezellig om je heen wordt gekeuveld, wat al stress op zich kan geven. Je moet je lichaam zien te coördineren. Onder stress lukt dat moeilijker.
Bij kinderen kunnen eetproblemen ook ontstaan door problemen met de mondspieren en bewegingen. Dan hebben zij een onderontwikkelde mondmotoriek. Daardoor kunnen ze zich eerder verslikken, hebben ze moeite met drinken en eten ze slordig. Dit kan ervoor zorgen dat ze eten en drinken uit de weg gaan. Een logopedist die gespecialiseerd is in eet- en drinkproblemen kan dan helpen.
Soms kunnen de omstandigheden rond eten de problemen versterken. Niet alleen het eten zelf, maar ook de omgeving geeft dan stress, waardoor je in een zogeheten vicieuze cirkel terechtkomt. Er wordt bijvoorbeeld van jou geëist dat je op je werk meegaat naar de drukke kantine voor de lunch. Maar die drukte geeft jou stress. Daardoor ontwikkel je een angst voor eten en lukt het je steeds minder goed om te eten, ook in andere situaties.
Wat mag je wel en niet doen aan tafel? Hoelang moet je daar blijven zitten? Wat als je iets niet lust? Wanneer praat je? Wanneer zwijg je? Wanneer mag je nog extra eten opscheppen en hoe weet je wanneer je van tafel mag? Dat allemaal inschatten is moeilijk voor mensen met autisme en kan heel wat stress met zich meebrengen. Het kan ook zijn dat je prima weet wat wel en niet ‘hoort’, maar dat het je door de stress van alle prikkels die eten met anderen geeft, niet meer lukt.
Veel mensen zien samen eten als een uitgelezen moment om de dag door te nemen. Toch kan het voeren van een gesprek tijdens het eten voor mensen met autisme soms erg belastend zijn. Dit komt deels door gevoeligheid voor prikkels en deels door moeite om de aandacht flexibel te wisselen van het eten naar de persoon aan tafel die iets zegt. Ook kan het eten zelf veel aandacht van je vragen. Eten kan veel concentratie kosten om alle prikkels bij te houden. Praten tijdens de maaltijd wil dan niet altijd lukken.
Sommige mensen vinden het lastig om eten te vertrouwen dat bereid is door iemand anders. Sociale isolatie ligt dan op de loer. Uit angst voor onbekend voedsel ga je bijvoorbeeld niet graag bij anderen eten of op vakantie. Voor kinderen kan het betekenen dat ze niet meer durven te logeren bij vriendjes of vriendinnetjes. Of dat ze verjaardagsfeestjes gaan mijden. Ga je naar een feestje of bij iemand anders eten? Neem dan als dat kan een eigen bereide maaltijd mee. Maar leg het wel even uit, om te voorkomen dat je vreemd wordt aangekeken. Desnoods zeg je dat je allergieën hebt en daarom je eigen eten meeneemt.
Lees ook de Factsheet autisme, eetproblemen en eetstoornissen van het NIPA.
Twijfel je over wat je moet doen? Of weet je niet waar je moet beginnen? Dan kun je ons altijd bellen of mailen.
Deze website maakt gebruik van cookies om goed te functioneren. Als je wilt aanpassen welke cookies we mogen gebruiken, kan je jouw cookie-instellingen wijzigen. Meer informatie is beschikbaar in onze privacyverklaring.