Wat werkt bij eetproblemen
Veel mensen met autisme hebben bijzonderheden rondom eten of eet- en drinkproblemen. Lees wat je zelf kunt doen, of wat je als ouder kunt doen voor je kind, om het eten en drinken makkelijker te maken.
Veel mensen met autisme hebben bijzonderheden rondom eten of eet- en drinkproblemen. Lees wat je zelf kunt doen, of wat je als ouder kunt doen voor je kind, om het eten en drinken makkelijker te maken.
Aanpassingen doen in de omgeving helpt. Daarmee kun je rustiger gaan eten of drinken. Het gaat vaak om kleine, simpele aanpassingen:
Demp geluiden in de omgeving.
Is de geur van het eten te overweldigend? Ga dan in een aparte ruimte eten.
Vind je het fijn om sowieso apart te zitten als je eet? Doe dat dan.
Sommige mensen willen zelfs met hun gezicht naar een muur kijken om niet afgeleid te worden.
Schep iets eerder op en laat het eten alvast een beetje afkoelen. Eten dat is afgekoeld heeft een minder sterke geur dan warm eten. Dit geeft minder prikkels.
Misschien helpt een andere plek aan tafel. Bedenk wel dat een andere plek in het begin moeilijk kan zijn, omdat dit nieuwe (visuele) prikkels geeft.
Het boek Autisme en eetproblemen van Thomas Fondelli bevat veel praktische tips.
Laat het eetmoment voor jezelf of voor je kind volgens een vast ritueel verlopen. Ondersteun dit voor je kind ook zo nodig visueel met plaatjes. Zo weet je kind precies wat het kan verwachten tijdens het eten. Geef ook een begin- en eindtijd aan van de maaltijd.
Zorg voor vaste elementen. Een vaste plek aan tafel, een eigen bord en bestek, een eigen beker. Als dit soort vaste elementen het eten en drinken makkelijker maken, hoeft dit geen probleem te zijn.
Een vaste dagstructuur voor maaltijden is belangrijk. Zonder deze structuur vergeet je soms simpelweg te eten. Voor mensen bij wie het gevoel van honger en verzadiging ontbreekt, kan het moeilijk zijn om te komen tot een goed en gezond dagmenu. Als er geen dorstgevoel is, wordt er mogelijk te weinig gedronken en is er een verhoogd risico op obstipatie (niet goed kunnen poepen).
Het kan helpen om een dagplanning visueel te maken, bijvoorbeeld met een planbord. Zo stel je vaste momenten in voor het boodschappen doen, het eten bereiden en de maaltijden zelf. Een alarm instellen op je telefoon (ontbijt, lunch, avondeten, drinkmomenten) kan ook handig zijn.
Maak een weekschema voor de avondmaaltijden. Zo hoef je daar de rest van de week niet meer over na te denken. Houd rekening met je agenda. Als er een afspraak gepland staat en je laat thuis bent, zorg dan dat de groente al gesneden is of dat de maaltijd al zo goed als klaar staat.
Het kan helpen om brood alvast te smeren of fruit alvast te snijden. Niet voor een hele week, maar voor 1 of 2 dagen. Dit zorgt ervoor dat het laagdrempeliger is om te eten. Tijdens vermoeidheid, te veel prikkels of bij te veel chaos is het makkelijker om iets te pakken dat al klaar staat.
Probeer het probleem met eten te begrijpen vanuit het autisme. Het is geen onwil, het komt door een andere informatieverwerking. Of door een andere manier van denken en betekenis geven. Of met allebei. Zo kun je het zelf beter een plaats geven en accepteren.
Durf ook als partner of ouder zonder autisme naar je eigen houding te kijken. Denk creatief, ‘out of the box’, blijf kalm en wees flexibel. Vind dingen goed als je weet dat je jezelf of je kind daarmee bij het eten echt helpt.
Als je maar een paar dingen eet of durft te eten, krijg je misschien niet genoeg gezonde voedingsstoffen binnen. Dan is het belangrijk om langzaam steeds iets meer te proberen. Als je het niet meteen lust, is dat niet erg. Iets nieuws proeven is niet bedoeld om te onderzoeken of het lekker is, maar om te wennen aan de smaak. Na een paar keer proeven kun je iets alsnog lekker gaan vinden. Een nieuwe omgeving kan soms helpen om nieuw eten uit te proberen.
Koester de dingen die je wel eet en drinkt, ook als het maar een paar dingen zijn. Neem kleine stapjes om je dagmenu uit te breiden. Het is goed om hierbij duidelijke doelen te stellen, zoals mee kunnen eten op het werk of af en toe uit eten kunnen gaan. Dit zorgt voor motivatie. Zet voor jezelf duidelijk op papier hoe je het dagmenu uitbreidt, in welk tempo en met welk eten en drinken.
Stel realistische doelen. Ga ervan uit dat je veel tijd nodig hebt om anders te leren eten dan je tot nu toe gewend bent. Dat proces kan maanden of zelfs jaren duren. Maak je niet te veel zorgen. Een eetprobleem betekent niet direct dat je er ziek van wordt. Het betekent alleen dat het wat meer tijd kost om stappen te zetten in het anders leren eten.
Probeer altijd een machtsstrijd over eten te voorkomen. Geef daarom nooit straf als je kind niet het gewenste eetgedrag laat zien. Belonen kan wel. Laat een kind ook niet eindeloos aan tafel zitten om het bord leeg te eten. Probeer stress en eten forceren te voorkomen.
Lees op de website van Stichting Autisme Jonge Kind meer over autisme en eetproblemen bij (zeer) jonge kinderen.
Het zien en ruiken van eten kan een ‘trigger’ zijn om obsessief met eten bezig te zijn. Voor wie makkelijk te veel eet, kan het helpen om voedsel niet in het zicht te bewaren. Een pak koek, een zak chips, een volgeladen bord; het móét op, vanuit je behoefte aan volledigheid. Bescherm jezelf en koop kleine verpakkingen. Schep minder op. En doe chips in een schaaltje zonder de hele zak op schoot te houden.
De Stippencoach is een visueel hulpmiddel. Het maakt met behulp van stippen duidelijk wat een gezonde of juist minder gezonde keuze is in voeding en dat kan helpen bij het afvallen, aankomen of op gewicht blijven.
Bijzonderheden met eten hoeven geen probleem te zijn, zeker als de omgeving daar begripvol op reageert. Denk aan altijd een vaste plek aan tafel willen hebben, in je eentje willen eten om prikkels te vermijden of een voorkeur hebben voor bepaald servies of bestek.
Hebben problemen rond eten en drinken invloed op de gezondheid? Dan is het wel belangrijk om hiervoor hulp te zoeken. Denk aan:
Een zeer beperkt voedingspatroon. Je eet maar heel weinig verschillende dingen en krijgt daardoor te weinig voedingsstoffen binnen.
Je voelt niet goed of je honger hebt of je voelt niet dat je genoeg hebt gegeten. Hierdoor eet je steeds te veel of juist te weinig.
Onder- of overgewicht. Je weegt te weinig of te veel voor je lengte en leeftijd.
Obstipatie. Je drinkt te weinig waardoor ontlasting vast gaat zitten in de darm.
Medische oorzaken. Je vermoedt dat de eetproblemen een medische oorzaak hebben, zoals een allergie of een ziekte.
Neem contact op met de huisarts om te onderzoeken waar de oorzaak van je eetprobleem kan liggen. De huisarts kan je doorverwijzen naar een specialist als dat nodig is. Dat kan een arts zijn als een ziekte de oorzaak is. Maar denk ook aan een diëtist voor uitleg over voeding en hoe om te gaan met voeding. Een logopedist kan helpen bij problemen met bewegingen van de mond of bij het slikken. Soms is er sprake van een slechte mondgezondheid of zijn er afwijkingen aan het gebit, dan kan een tandarts uitkomst bieden.
Twijfel je over wat je moet doen? Of weet je niet waar je moet beginnen? Dan kun je ons altijd bellen of mailen.
Deze website maakt gebruik van cookies om goed te functioneren. Als je wilt aanpassen welke cookies we mogen gebruiken, kan je jouw cookie-instellingen wijzigen. Meer informatie is beschikbaar in onze privacyverklaring.