Heftiger reageren op medicatie
Autisme kan invloed hebben op alle aspecten van iemands leven. Bijvoorbeeld op de manier waarop iemand communiceert of de wereld ervaart. Ook zintuiglijke prikkels – bijvoorbeeld veroorzaakt door aanraking – en lichamelijke klachten kunnen door mensen met autisme heel anders worden beleefd dan door andere cliënten; veel heftiger of juist veel minder sterk. Veel mensen met autisme geven bovendien aan dat zij anders (vaak heftiger) reageren op medicatie.
Mensen met autisme geven regelmatig aan dat zij (extra) veel bijwerkingen ervaren. Ook kunnen zij problemen ondervinden met de structuur, kleur of smaak van medicatie. Wees zeer terughoudend met het voorschrijven van een ander merk of een generiek medicijn als iemand met autisme eenmaal is gewend aan een bepaald medicijn. Een verschil dat voor iemand anders nauwelijks merkbaar is, kan bij mensen met autisme tot grote problemen leiden.
Bijkomende diagnoses
Veel mensen met autisme hebben bijkomende psychische en of lichamelijke gezondheidsproblemen. Naar schatting 70% van hen krijgt in zijn leven bijvoorbeeld te maken met een angststoornis en/of een depressie. Andere veel voorkomende bijkomende diagnoses zijn: ad(h)d, burn-out/chronische vermoeidheid, ptss en persoonlijkheidsstoornis. Deze zaken kunnen het beeld van de klachten én de effectiviteit van een behandeling sterk beïnvloeden.
Probeer ook te ontdekken of autisme een verklaring kan bieden voor een op het eerste oog niet samenhangend scala aan klachten en een algeheel gevoel van anders zijn.
Problemen kunnen acuter zijn
Mensen met autisme komen vaak pas met een (verdekte) hulpvraag als de nood hoog is. Neem dit serieus. Ook kunnen problemen acuter zijn en een ernstigere belasting vormen voor de psychische gezondheid dan bij mensen zonder autisme. Registreer in het afsprakensysteem dat sprake is van iemand met autisme en zorg dat deze voorrang heeft bij het maken van afspraken. Of plan wat meer tijd in.
Vergeet de ouders niet
Kinderen met autisme kunnen een grote uitdaging vormen voor hun ouders. Help hen om hun kinderen in hun ontwikkeling te begeleiden en te stimuleren en de situatie in hun gezin weer aan te kunnen. Er is een wisselwerking in het gezin: als het goed gaat met de moeder, gaat het ook beter met een kind. En andersom. Verwijs ouders zonodig door naar opleidingen en coaches (bijvoorbeeld via Wegwijzer autisme).
Wat als iemand met autisme zorg mijdt?
Soms heeft iemand met (een vermoeden van) autisme dringend hulp nodig maar weigert hij of zij om naar een hulpverlener te gaan. Hiervoor kunnen verschillende redenen zijn, zoals gebrek aan zelfinzicht of financiële problemen. Mogelijk heeft die persoon in het verleden veel negatieve ervaringen opgedaan met de hulpverlening en is hij of zij het vertrouwen in de zorg verloren.
Probeer de persoon zoveel mogelijk te motiveren om tóch hulp te aanvaarden, bijvoorbeeld door duidelijk te maken dat dit zijn of haar leven een stuk makkelijker en aangenamer kan maken. Deze boodschap kan vaak het beste worden overgebracht door een ervaringsdeskundige. Overweeg ook om naasten erbij te betrekken; doe dit zoveel mogelijk in overleg met de persoon met autisme zelf.
Blijft de persoon met autisme hulp weigeren ondanks dat er sprake is van een zorgwekkende en/of gevaarlijke situatie, neem dan contact op met een lokaal wijk- of (F)ACT-team. Controleer altijd of er in het team voldoende autisme-kennis aanwezig is.