Autisme en epilepsie

Autisme en epilepsie

Epilepsie komt veel vaker voor bij mensen met autisme dan bij anderen. Lees meer over hoe je epilepsie herkent en wat je kunt doen. 

In het kort

  • Epilepsie komt bij 20-40% procent van mensen met autisme voor. 
  • Bij mensen zonder autisme is dit maar 1%.  
  • Epilepsie bij mensen met autisme begint vaak in de vroege kindertijd of rond de puberteit. 
  • Wanneer er ook sprake is van een verstandelijke beperking, is de kans nog groter. 

Wat is epilepsie

Bij epilepsie heb je een tijdelijke verstoring in je hersenen. Een soort kortsluiting. Dat heet ook wel een epileptische aanval. Meestal duren epileptische aanvallen maar kort, zoals een paar seconden of minuten. Soms duren ze langer. Hoe een aanval eruitziet verschilt per persoon en per aanval. De symptomen of kenmerken zijn dus bij iedereen anders. Op EpilepsieNL lees je er meer over. 

Verschillende soorten aanvallen 

Hoe een aanval zich uit, is afhankelijk van het gebied in de hersenen waar de kortsluiting ontstaat. Treft de aanval de gehele hersenen, dan heet dat een gegeneraliseerde aanval. Het kan ook zijn dat slechts een gedeelte van de hersenen betrokken is. Dit noem je een focale aanval. 

  • Gegeneraliseerde aanval (bewustzijnsverlies of een kortstondige absence, met mogelijk schokkende bewegingen) 

  • Focale aanval (daarbij raakt de activiteit in een klein gebied van de hersenen tijdelijk verstoord. Hierdoor zie je bijvoorbeeld gekke dingen, voelt je huid plaatselijk anders of maak je kleine bewegingen) 

Ook zijn er symptomen die soms heel duidelijk en soms juist amper zichtbaar zijn. Je leest meer over de verschillende soorten epileptische aanvallen op EpilepsieNL. 

Epilepsie komt vaker voor bij autisme 

Tussen de 20-40% procent van mensen met autisme krijgt epilepsie. Bij mensen met autisme en een verstandelijke beperking is de kans zelfs nog groter. Epilepsie komt dus veel vaker voor bij mensen met autisme dan bij mensen zonder autisme. Dat is opvallend en er wordt dan ook veel onderzoek naar gedaan. Hoe het precies komt, is nog niet precies bekend.  

Het lijkt erop dat autisme en epilepsie een gezamenlijke overkoepelende oorzaak hebben. Waarschijnlijk heeft deze oorzaak te maken met hoe de hersenen zich ontwikkelen en worden aangelegd. En hoe de hersencellen onderling met elkaar communiceren en prikkels in de hersenen doorgeven. Erfelijkheid kan hierin een rol spelen. 

Mensen met autisme ervaren ook vaker stress. Stress kan een epileptische aanval uitlokken, maar een aanval die op ieder moment zomaar kan plaatsvinden, levert ook stress op. Zo kun je in een vicieuze cirkel terechtkomen. 

Functionele neurologische stoornis 

Er is ook iets wat erg lijkt op epilepsie en vaker voorkomt bij mensen met autisme, angst- en dwangstoornissen: functionele aanvallen (ook wel omschreven als een FNS, functionele neurologische stoornis). Dat zijn echte aanvallen, waar iemand veel last van heeft, maar die niet worden veroorzaakt door elektrische ontlading in de hersenen. Je leest hier meer over op StichtingFNS.nl. 

Combinatie autisme en verstandelijke beperking 

Bij de combinatie van epilepsie, autisme en een verstandelijke beperking is het extra belangrijk om goed te letten op gedragsveranderingen. Zoals plotseling onrustig worden en ineens erg prikkelbaar zijn. Een verandering in gedrag kan verschillende oorzaken hebben. Daarom is het belangrijk dat deskundigen op alle drie gebieden (epilepsie, autisme en verstandelijke beperking) samenwerken.  

Bovendien kunnen epileptische aanvallen soms lijken op gedrag dat past bij autisme. Aanvallen zijn dan moeilijker te herkennen. Het kan complex zijn om te bepalen of gedrag vanuit het autisme, vanuit een verstandelijke beperking of vanuit epilepsie kan worden verklaard. Goed observeren is dan ook heel belangrijk. 

Duidelijkheid geven 

Zomaar op ieder moment een aanval kunnen krijgen, is lastig voor iemand die behoefte heeft aan voorspelbaarheid. Het vraagt behoorlijk wat flexibiliteit. Na een epileptische aanval kan het zijn dat iemand minder aankan of meer rust nodig heeft. Dit vraagt bijvoorbeeld aanpassingen in de dagindeling. Iemand met autisme en een verstandelijke beperking kan na een epileptische aanval erg onrustig zijn, omdat dit het ritme van de dag kan veranderen. Leg uit waarom de dag anders loopt en wat er verandert. Gebruik daar als dat nodig is duidelijke plaatjes of pictogrammen bij. 

Meer info 

  • Het Leerhuis Epilepsie biedt ook scholing op het gebied van epilepsie en de combinatie van epilepsie en autisme aan professionals.  

Aan dit artikel werkte(n) mee

  • Mandy Saes, autismespecialist bij expertisecentrum Kempenhaeghe.


Je kunt ons altijd bellen of mailen

Twijfel je over wat je moet doen? Of weet je niet waar je moet beginnen? Dan kun je ons altijd bellen of mailen.

Cookies op deze website

Deze website maakt gebruik van cookies om goed te functioneren. Als je wilt aanpassen welke cookies we mogen gebruiken, kan je jouw cookie-instellingen wijzigen. Meer informatie is beschikbaar in onze privacyverklaring.

Cookie instellingen

Strikt noodzakelijk 7 cookies

Je ontvangt strikt noodzakelijke cookies, omdat ze nodig zijn voor het juist functioneren van deze website. Deze cookies kun je niet uitschakelen.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Voorkeuren 0 cookies

Deze website slaat jouw voorkeuren op zodat deze bij een volgend bezoek kunnen worden toegepast.

Geen cookies gevonden

Analyse 3 cookies

Deze website analyseert het gebruik ervan, zodat we functionaliteit daarop kunnen aanpassen en verbeteren. De gegevens zijn anoniem.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Tracking 1 cookies

Deze website analyseert je bezoek om de inhoud beter op jouw behoeften af te stemmen.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Extern 0 cookies

Deze website maakt gebruik van externe functionaliteit, zoals Social Media deelmogelijkheden.

Geen cookies gevonden