Geen objectieve test
Er bestaan geen objectieve tests die autisme kunnen vaststellen. Bij een vermoeden van autisme zijn vragenlijsten en de indruk van de zorgverlener op dit moment de beste manier om een eerste inschatting te maken.
Bij voorkeur verwijst de huisarts iemand met een vermoeden van autisme naar een in autisme gespecialiseerde diagnosticus (GZ-psycholoog, KJ-psycholoog, psychiater, klinisch psycholoog, verpleegkundig specialist of orthopedagoog-generalist.)
Eerst classificatie, dan diagnose
De psychiater of psycholoog kijkt tijdens een diagnosetraject welke psychiatrische classificatie het beste past bij jouw klachten, eigenschappen en gedrag. Dat betekent dat ze jouw klachten en kenmerken vergelijken met anderen. Hiervoor gebruiken ze de DSM-V, het handboek voor psychiaters, waarin bijvoorbeeld de autismespectrumstoornis (ASS) is opgenomen.
Handelingsgerichte diagnostiek
Een classificatie is onder andere nodig om in aanmerking te komen voor bepaalde behandelingen, begeleiding of vergoeding. Maar volgens de Zorgstandaard Autisme is de classificatie minder belangrijk. Wat vooral telt, is handelingsgerichte of beschrijvende diagnostiek.
Een diagnose beschrijft jouw persoonlijke ervaringen, sterke en minder sterke kanten, en de omstandigheden van je leven. Volgens de officiële definitie kan een diagnose autismespectrumstoornis (ASS) alleen gesteld worden als er lijdensdruk is: jijzelf of je omgeving ondervindt ergens last van.
Vragenlijsten en gesprekken
Een diagnosetraject bestaat uit verschillende gesprekken en het invullen van vragenlijsten. Gesprekken met naasten zijn onderdeel van het traject. Als er geen naastbetrokkene beschikbaar is, mag dit geen reden zijn om de diagnose niet te stellen als er verder aanwijzingen voor autisme zijn.
Bij kinderen wordt er gesproken met de ouders. Afhankelijk van de leeftijd is er ook een gesprek met het kind zelf of is er een spel- of gedragsobservatie van het kind.
Een psycholoog of psychiater kijkt voor een goede diagnose naar:
Op basis hiervan krijg je concrete tips om de problemen te verminderen en om jou en je naasten te ondersteunen. Bijvoorbeeld hoe je beter met stress kunt omgaan of je veerkracht kunt vergroten.
Wachttijden
Het diagnosetraject zou idealiter binnen 8 weken na de verwijzing moeten starten. In de praktijk kan dit helaas vaak vele maanden tot meer dan een jaar duren.
Een volledig diagnostisch traject duurt volgens de Zorgstandaard Autisme 12 tot 14 uur. Daarbovenop komt minimaal 8 uur extra onderzoek naar hoe iemand functioneert op verschillende levensgebieden.
Adviezen op maat
Een goed diagnostisch onderzoek moet adviezen op maat opleveren, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, werk of vrije tijd. Iedereen met autisme is anders en heeft een eigen mix van talenten en dingen waarmee hij of zij moeite heeft. Goede informatie hierover is essentieel, om passende ondersteuning te kunnen krijgen tijdens een behandeling, thuis, op school of op de werkplek.