Jij bent niet verantwoordelijk
Jij bent het kind, je ouder is de volwassene. Het is dus niet jouw verantwoordelijkheid dat thuis alles goed verloopt. Deze tips om beter met je ouder om te gaan, kunnen wel helpen. Maar is het thuis zwaar en kom je er met je ouder(s) zelf niet uit? Probeer dan hulp in te schakelen door er met iemand anders over te praten. Dat kan je andere ouder zijn, maar ook een ander familielid, vriend of iemand op school.
Zeg duidelijk wat je bedoelt
Voor jouw ouder(s) met autisme is het soms lastig om goed aan te voelen wat je bedoelt, als je dingen niet heel letterlijk zegt. Lichaamstaal is vaak lastig te begrijpen voor iemand met autisme. Wees heel duidelijk en ga ervan uit dat je ouder je niet begrijpt als jij niet letterlijk zegt wat je bedoelt. Probeer zo concreet mogelijk te zijn. Zeg niet zuchtend: ‘Ik verveel me,’ maar liever: ‘Wil je een spelletje met me spelen?’ En in plaats van: ‘Het lukt niet,’ kun je ook vragen: ‘Wil je me helpen met mijn huiswerk?’
Probeer vooruit te plannen
Voor je ouder kan het lastig zijn als dingen plotseling veranderen. Of als dingen niet gaan zoals op de planning stond. Het kan zijn dat je vaak wordt teleurgesteld als je spontaan vraagt of je iemand mee naar huis mag nemen, of als je vraagt om zelf ergens heen te mogen. Het kan helpen als je je vragen wat langer van tevoren stelt. Vraag een paar dagen van tevoren of een vriend mag komen eten, bijvoorbeeld. Probeer je ouder wat meer tijd te geven om aan het idee van de verandering te wennen.
Ook jouw wensen zijn belangrijk
Het kan helpen om samen een planning te maken voor de week, waarin je met je ouder(s) bespreekt welke dingen er staan te gebeuren. Wat zijn de vaste afspraken waar jullie je allebei aan willen houden? Wanneer is er tijd voor jou? Wanneer heeft je ouder wat extra rust nodig? Kan een leuk uitje of een leuke activiteit alvast worden ingepland? Een weekplanner of een magnetisch whiteboard op de koelkast maakt de planning voor het hele gezin overzichtelijk.
Geef je ouder tijd om te schakelen
Het kan lastig zijn voor je ouder(s) om tussen 2 activiteiten of gebeurtenissen te schakelen. Er is even tijd nodig om te wennen aan de nieuwe situatie. Bijvoorbeeld als hij of zij net thuiskomt van werk. Het kan beter zijn om dan niet meteen allerlei vragen op je ouder(s) af te vuren. Geef je ouder(s) even de ruimte om bij te komen. Probeer het over 10 minuutjes.
Help mee om prikkels te verminderen
Rommel, harde geluiden, drukte; het zijn prikkels die voor een ouder met autisme al snel te veel kunnen zijn. Als je ouder overprikkeld is, kan hij of zij zich gaan terugtrekken. Je ouder kan dan heel stil worden, of juist prikkelbaar en geïrriteerd. Respecteer het als je ouder zegt dat hij of zij even rust nodig heeft en naar een andere kamer gaat.
Je hoeft echt niet de hele dag superstil te zijn en al je rommel direct op te ruimen. Maar probeer wel rekening te houden met de extra gevoeligheid van je ouder. Als je ouder minder overprikkeld raakt, is dat ook prettig voor jou.