Wat zijn brussen?
Je bent een brus wanneer je een broer of zus hebt die extra aandacht en zorg nodig heeft. Dat kan dus ook een broer of zus met autisme zijn. Een brus zijn kan grote impact hebben.
Je bent een brus wanneer je een broer of zus hebt die extra aandacht en zorg nodig heeft. Dat kan dus ook een broer of zus met autisme zijn. Een brus zijn kan grote impact hebben.
Je bent een brus wanneer je een broer of zus hebt die extra aandacht en zorg nodig heeft. Die extra zorg kan nodig zijn door een beperking, psychische kwetsbaarheid, een chronische ziekte of een verslaving. Je kan ook een brus zijn als je een broer of zus met autisme hebt. Een brus blijf je je hele leven.
Brussen hebben tot bijna 3x meer kans op grote problemen later in het leven dan andere broers en zussen. Dat blijkt uit de quickscan (pdf) van het Nederlands Jeugdinstituut NJi. Ze ervaren bijvoorbeeld problemen rond relaties, psychisch welbevinden, schoolprestaties en het gebruik van de vrije tijd. Brussen ervaren op jonge leeftijd al emoties als boosheid, ergernis, jaloezie en schaamte, en kampen met problemen waar hun leeftijdsgenoten niet mee in aanraking komen.
Brussen merken vaak van jongs af aan dat de aandacht meer uitgaat naar hun broer of zus of naar regelzaken rondom de zorg. Ze passen zich aan de soms lastige situatie thuis aan. Je ziet ook wel dat brussen zich meer terugtrekken. Vaak gaan brussen veel meehelpen in zorgtaken en nemen ze hun ouders instinctief zorgen uit handen door hun eigen problemen stil te houden. Zelf hebben ze vaak niet door dat hun situatie uitzonderlijk is, vooral als ze nog jong zijn. Op den duur wordt dat aanpassen zo eigen dat het een patroon wordt. Een keer aanpassen kan geen kwaad, maar steeds een stap terugzetten kan resulteren in de veronderstelling dat jij niet goed genoeg bent. En in het idee dat jij verantwoordelijk bent voor de ander.
Na de diagnose autisme van één van de kinderen, maar vaak ook al daarvoor, verandert er veel in een gezin. Niet alleen voor de ouders, maar ook voor de andere kinderen. Er gaat vanzelfsprekend veel aandacht naar het kind met autisme, maar er moeten ook gesprekken worden gevoerd; met school, met hulpverleners. Er komt soms veel op ouders af. Dit heeft ook invloed op de brussen. Er is soms stress, er zijn spanningen. Vaak tussen ouders onderling. Brussen zijn geneigd om dan niet tot ‘last’ te zijn. Ze vragen geen aandacht, want hun ouders hebben het al zwaar en druk genoeg.
Soms is het (onvoorspelbare) gedrag van een (jong) kind met autisme lastig te begrijpen. Dat is voor volwassenen al zo, en zeker voor kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd. Brussen moeten vaak veel incasseren en opofferen. Sommige brussen hebben zelfs te maken met gescheld en fysiek geweld van hun zorgbroer of -zus. Dit geeft een onveilig gevoel.
Vriendjes meenemen naar huis is ook vaak lastig. Het is al snel te druk, of ze zijn bang dat hun broer of zus met autisme zich misschien vreemd gaat gedragen en hun vriendjes dat niet begrijpen. Brussen ontwikkelen vaak een enorm verantwoordelijkheidsgevoel. Ze voelen goed aan wat een ander nodig heeft en helpen goed mee. Maar langzaam sluipt er ook een patroon in van zichzelf wegcijferen.
Brussen kunnen het gevoel hebben dat ze in 2 werelden leven. Thuis en de buitenwereld kunnen zo van elkaar verschillen, dat ze het gevoel hebben dat ze de enige zijn in deze situatie. Als ze proberen uit te leggen aan vriendjes hoe het thuis is, wordt er niet altijd begripvol gereageerd. Zo leren brussen al snel af om met hun zorgen of problemen ergens buiten het gezin aan te kloppen. Dat kan ervoor zorgen dat zij zich eenzaam en onbegrepen voelen. Ook kan schaamte voor de thuissituatie ervoor zorgen dat brussen zich steeds meer afsluiten van de buitenwereld.
Het kan voorkomen dat een jonger kind, zijn of haar oudere broer of zus met autisme op een bepaald gebied voorbijstreeft. Dat kan ervoor zorgen dat de brus zich schuldig voelt, en zelfs zijn of haar prestaties gaat verbergen of kleiner gaat maken. Ook kan het voor het kind met autisme lastig zijn om te zien dat dingen die hij of zij graag zou willen kunnen, maar die (nog) niet lukken, wel door een jongere broer of zus worden behaald.
Het is voor ouders altijd schipperen: wat is goed voor het kind met autisme, en wat is goed voor de andere kinderen en het hele gezin? Vaak zal de balans toch iets meer uitslaan naar het kind met autisme. Maar het is belangrijk om naast de zorgen om het kind met autisme, óók oog te hebben voor de andere kinderen in het gezin. Ook zij verdienen aandacht en zorg, ondanks dat de tijd daarvoor soms lijkt te ontbreken. En ondanks dat zij er niet zelf om vragen. Lees hier concrete tips voor ouders én voor brussen zelf.
Niet alleen ouders, ook leerkrachten en zorgverleners moeten alert zijn op mogelijke problemen bij brussen. Passen de brussen zich te veel aan? Durven ze om hulp te vragen? Voelen ze het voldoende aan als het ze te veel wordt? Wordt er genoeg naar ze geluisterd?
Twijfel je over wat je moet doen? Of weet je niet waar je moet beginnen? Dan kun je ons altijd bellen of mailen.
Deze website maakt gebruik van cookies om goed te functioneren. Als je wilt aanpassen welke cookies we mogen gebruiken, kan je jouw cookie-instellingen wijzigen. Meer informatie is beschikbaar in onze privacyverklaring.