Visies op autisme
Er zijn door de jaren heen veel verschillende denkbeelden en theorieën geweest over autisme. Veel daarvan zijn nu achterhaald. We zetten in dit artikel een aantal visies op een rij, die nu nog relevant zijn of worden gebruikt.
Er zijn door de jaren heen veel verschillende denkbeelden en theorieën geweest over autisme. Veel daarvan zijn nu achterhaald. We zetten in dit artikel een aantal visies op een rij, die nu nog relevant zijn of worden gebruikt.
Autisme wordt in het medische model gezien als een medische aandoening. Officieel is de term: autismespectrumstoornis (ASS). In het handboek van de psychiatrie, de DSM-5, staan de gedragskenmerken die bij deze classificatie horen. Naast deze kenmerken moet je ook ‘lijdensdruk’ hebben om de classificatie ASS te krijgen. Dat betekent dat je in het dagelijks leven veel problemen ervaart met functioneren vanwege je autisme. Dit betekent dus ook dat niet iedereen met autisme per se de classificatie ASS hoeft te krijgen. Krijg je die wel, dan kun je daarna een diagnose krijgen die meer vertelt over hoe autisme bij jou werkt. Lees meer over het verschil tussen een classificatie en een diagnose op onze website.
Het sociale model ontkent niet dat mensen met autisme serieuze problemen kunnen ondervinden in hun leven. Deze problemen worden volgens de aanhangers van dit model echter voor een belangrijk deel verklaard doordat de maatschappij onvoldoende is ingericht op hun behoeften. De autistische persoon is goed zoals deze is, maar de maatschappij moet veel beter op verschil tussen mensen worden afgestemd en er meer rekening mee houden.
Neurodiversiteit gaat ervan uit dat álle hersenen van mensen van elkaar verschillen. Dat variatie de norm is, en niet de uitzondering. Verschillen zijn geen ‘defect’, ‘probleem’ of ‘stoornis’, maar maken de mensheid als geheel juist sterker. Want de een is goed in - bijvoorbeeld - het opmerken van details, en de ander ziet meteen het grotere plaatje. Beide kwaliteiten zijn waardevol en nodig om als soort te overleven.
Volgens de neurodiversiteitstheorie is autisme een andere manier van zijn. De kenmerken die bij autisme horen, zijn volgens deze theorie het gevolg van een natuurlijke variatie op het mens-zijn. Deze kenmerken worden niet omschreven als problemen of tekorten, maar op een neutralere of zelfs positieve manier.
Het biopsychosociale model is een manier om naar gezondheid en klachten te kijken vanuit drie kanten:
Kort gezegd: lichamelijke, psychische en sociale factoren beïnvloeden elkaar en bepalen samen hoe iemand zich voelt en functioneert.
Dit model gaat ervan uit dat mensen met autisme een andere genetische aanleg hebben, die bij iedereen met autisme weer verschillend is. Deze aanleg verhoogt de kans op een andere hersenontwikkeling en op bijkomende gezondheidsproblemen. Bijkomende gezondheidsproblemen kunnen worden versterkt door het je steeds moeten aanpassen, stress en stigmatisering. Ervaringen en de omgeving hebben ook weer invloed op de hersenontwikkeling. Ons gedrag is dus het gevolg van een complex systeem waarin alles met elkaar samenhangt en op elkaar van invloed is.
Het bio-psychosociale model is een model waarin alle gangbare definities en visies rond autisme bij elkaar samenkomen. Het voorstel om dit model als leidende visie op autisme te gaan gebruiken, komt van hoogleraar klinische neuropsychologie Hilde Geurts van de UvA. Zij schreef daar in 2025 een artikel over (pdf) in het WTA (Wetenschappelijk Tijdschrift Autisme). Haar doel is om onnodige discussie en verdeeldheid te voorkomen. In dit model komen naast bovenstaande theorieën nog meer perspectieven samen, zoals profound autisme (IQ onder de 50, levenslange zorg nodig), prototypisch autisme (het ‘klassieke’ beeld van autisme uit het medische model), uitkomsten van genetisch onderzoek en het Bredere Autisme Fenotype (daarmee worden kenmerken van autisme bedoeld, die soms voorkomen bij familieleden van mensen met autisme, maar die zelf geen autisme hebben).
Deze theorie gaat ervan uit dat empathie beide kanten op werkt. Omdat mensen mét en zonder autisme verschillende communicatiestijlen hebben en hun begrip van taal verschilt, begrijpen zij elkaar minder goed. Daarbij moet worden opgemerkt dat er aanwijzingen zijn dat mensen zonder autisme zich moeilijker in mensen met autisme kunnen verplaatsen, dan andersom.
Deze theorie stelt dat bepaalde lokale neurale netwerken in het brein van mensen met autisme hyperactief zijn. Dit zou gepaard gaan met een zeer sterk(e) waarneming, aandacht, geheugen en emotionaliteit. Door deze intense beleving van de wereld kan het lijken alsof iemand met autisme een beperkt inlevingsvermogen heeft, omdat diegene zich terugtrekt of vermijdingsgedrag vertoont. Terwijl diegene juist door empathische gevoelens en gedachten wordt overspoeld.
Of de zintuigen echt anders of sterker werken bij mensen met autisme dan bij anderen, staat ter discussie. De verwerking van de signalen die via de zintuigen binnenkomen, verloopt in elk geval wel anders.
MAS1P staat voor Mental Age Spectrum within 1 Person. Wat wil zeggen dat mensen met autisme een regenboog aan mentale leeftijden kunnen hebben, door de dag heen en zelfs binnen een onderwerp. Deze theorie is afkomstig van biopsycholoog Martine Delfos. Volgens de MAS1P-theorie kan iemand met autisme - bijvoorbeeld - een kalenderleeftijd hebben van 17 jaar, een bovengemiddelde intelligentie hebben, maar tegelijkertijd een mentale leeftijd qua hechting hebben van 9 maanden, een mentale leeftijd qua spelen van 3 jaar, een mentale leeftijd qua Engels van 9 jaar, een mentale leeftijd qua natuurkunde van 35 jaar en een mentale leeftijd qua kennis van treinen van die van een getrainde, ervaren professional.
Recente ontdekkingen in onderzoek van het menselijk brein hebben traditionele ideeën over waarnemen en denken compleet overhoopgegooid. Sinds eeuwen denken we dat het brein de prikkels verwerkt die het ontvangt van de zintuigen, er betekenis aan geeft waarna die betekenisverlening onze reactie op die prikkels aanstuurt. Tegenwoordig wordt dit model doorgaans beschreven met de metafoor van de computer.
Helaas blijkt dit beeld niet te kloppen, zegt Peter Vermeulen, auteur van Autisme & het voorspellende brein. Ons brein is helemaal geen supersnelle computer, maar een soort gokmachine. Het brein is een orgaan dat voorspelt en dan kijkt of die voorspellingen kloppen. Het brein zit niet te wachten tot het info krijgt van de zintuigen: het brein gebruikt die zintuigen om de eigen voorspellingen te checken. Bij mensen met autisme zou er een verstoring zijn in het voorspellende vermogen van het brein.
De enactivistische visie verschuift de aandacht van kenmerken van de persoon met autisme naar: wat gebeurt er tussen de autistische persoon en de omgeving? In Nederland is op dit moment een project gaande om te onderzoeken hoe je de enactivistische visie in de praktijk kunt gebruiken binnen de zorg voor mensen met autisme.
Hierbij kijkt men naar:
Op de website van Sylvia Stuurman (universitair docent informatica en zelf autistisch) staan deze en nog meer theorieën over autisme uitgelegd. Bovendien legt Stuurman de theorieën langs een meetlat: is de theorie wetenschappelijk houdbaar, is het positief te formuleren en kun je er wat mee in de praktijk?
Twijfel je over wat je moet doen? Of weet je niet waar je moet beginnen? Dan kun je ons altijd bellen of mailen.
Deze website maakt gebruik van cookies om goed te functioneren. Als je wilt aanpassen welke cookies we mogen gebruiken, kan je jouw cookie-instellingen wijzigen. Meer informatie is beschikbaar in onze privacyverklaring.