'Leerkrachten hadden niet door dat ik zo gepest werd'
Zo'n vijftienduizend kinderen gaan om uiteenlopende redenen niet naar school; de zogeheten 'thuiszitters'. Een aanzienlijk deel van deze groep heeft autisme. Rekha de Wit (19) was een van hen. Waarom kon zij een tijd niet meer naar school en hoe kan het dat juist veel kinderen met autisme thuiszitten?
Rekha kwam thuis te zitten. Overdag lag ze veel in bed, omdat bij alle activiteiten die ze onderneemt - uit angst en overprikkeling - paniek en dwang toeslaan. 'Door mijn autisme vind ik dingen snel eng en ik durf niets alleen te doen. Als ik bijvoorbeeld een halfuur heb gewandeld of gewinkeld, moet ik daarna drie uur slapen om alle prikkels, indrukken en dwanggedachten weer te verwerken.'
Vanwege haar verlegenheid en prikkelgevoeligheid is Rekha jarenlang gepest en buitengesloten. 'Ik zie nu dat ik anders was. Ik had geen idee hoe ik me moest gedragen. Ik kopieerde het gedrag van de populaire meisjes, het was zó vermoeiend! Mijn ouders merkten niet dat ik werd gepest, want ik speelde vaak met vriendinnen of die kwamen bij mij thuis. En ik werd altijd uitgenodigd op partijtjes. Maar ik had wel erge buikpijn en wilde niet graag naar school. Ik durfde ook de meesters en juffen niet te vertellen dat ik werd gepest, en zij hadden het niet door. Ik zat op het reguliere onderwijs in een hele grote klas, van wel 41 leerlingen. In groep 6 kwam er ook nog eens een glutenallergie en later het prikkelbare darmsyndroom bij, waardoor ik dagelijks buikpijn had. Ik moest een dieet volgen. Deze veranderingen veroorzaakten een zware depressie. Halverwege groep 6 werd ik opgenomen in een kliniek om bij te slapen.'
In groep 8 kwam ik weer terug op school, met de diagnose autisme. 'We gaan doen alsof je het niet hebt,' zei mijn beste vriendin, die me daarna negeerde. Ze appte het door aan de hele klas, die zich vervolgens tegen mij keerde. Op dat moment begon mijn dwangstoornis. Toen ik de meester van groep 8 vertelde dat de klas mij pestte met mijn diagnose, was zijn reactie: 'Het ligt ook wel een beetje aan jezelf.' Gelukkig was het schooljaar toen bijna voorbij.
Het was een wereld van verschil toen ik op het speciaal voortgezet onderwijs terechtkwam. Daar kreeg ik vrienden en aardige docenten die me begrepen. De eerste drie jaar had ik zelfs weinig last van overprikkeling. Helaas zorgde corona voor een nieuwe terugval: ik móést opeens thuiszitten. Mijn schoolvriendinnen begonnen mij buiten te sluiten. 'Jij vindt alles moeilijk, dus we vragen je niet meer.' Daardoor nam de dwang me volledig over. Het gevecht tegen die dwanggedachten kostte te veel energie. Ik kon zelfs niet meer op het vso blijven. De overprikkeling was té erg, als er aan de andere kant van het lokaal een pen viel, was ik helemaal afgeleid.
'Met een aangepast schema ben ik vak voor vak geslaagd'
Gelukkig kreeg ik nog een kans en mocht ik online lessen volgen. Ook had ik een aangepast schema. Ik mocht op bepaalde uren komen. Zo ben ik vak voor vak geslaagd voor het vmbo. Voor Engels en Nederlands haalde ik een dikke negen, waar ik heel trots op ben.
In het vierde jaar liep ik stage bij een leer/werkplek. Daar kon ik blijven, als dagbesteding. Twee keer per week ga ik twee uur naar het atelier, waar ik kaarten ontwerp en teken. Die uren ga ik opbouwen. Het gaat nu beter met me, ik maak meer stappen. Daarom heb ik mijn kapsel ook veranderd, in plaats van lang donker haar, heb ik nu kort blond haar.
Mijn ouders begeleiden me heel goed. Daarnaast krijg ik gelukkig al zes jaar ambulante begeleiding thuis. Wat echt zou helpen? Als er ook speciaal onderwijs komt op mbo-niveau! Met leerkrachten die ervaring hebben met autisme. Daarmee voorkom je dat leerlingen vastlopen. En het geeft jongeren met autisme een kans om mee te doen. Ik zou heel graag naar het mbo willen, maar dat kan ik nu niet!
Deel dit bericht