Kenmerken die vaak in verband worden gebracht met autisme
Er zijn veel verschillende kenmerken die in verband worden gebracht met autisme. Als we het hebben over autisme als diagnose dan wordt deze gesteld door een psychiater of een gz-psycholoog aan de hand van een aantal gedragskenmerken. Er bestaan geen andere manieren om autisme vast te stellen.
Onderstaande lijst bevat kenmerken die met autisme in verband worden gebracht. Niet iedereen met autisme herkent zich hierin: autisme is een spectrum en uit zich bij iedereen anders. Ook komen deze kenmerken voor bij niet-autistische mensen. De lijst is daarom geen checklist, maar een overzicht van mogelijke kenmerken.
- Andere voorkeuren voor contact, bijvoorbeeld voor contact met één persoon in plaats van met meerdere personen tegelijk.
- Moeite met (onverwachte) verandering.
- Dingen letterlijk nemen.
- Goede detailwaarneming.
- Niet graag over koetjes en kalfjes praten. Liever meteen de diepte ingaan.
- Goed in het herkennen van patronen.
- Perfectionistisch.
- Nauwkeurig.
- Over- of juist ongevoelig voor zintuiglijke prikkels.
- Hyperfocus.
- Talent voor specialisatie.
- Soms meer verwerkingstijd nodig hebben.
Kenmerken en de diagnose
Autismekenmerken komen bij alle mensen in meer of mindere mate voor. Zo vinden veel mensen het prettig om vaste routines aan te houden of om zich langere tijd intensief met één onderwerp bezig te houden. Ook problemen op sociaal gebied zijn veel mensen niet vreemd. Een diagnose autisme krijg je pas als deze kenmerken zorgen voor grote problemen op levensgebieden als werk, school, vrije tijd en relaties.
Wel autisme, geen diagnose
Om een officiële diagnose te krijgen, moet er sprake zijn van 'lijdensdruk', zoals hierboven uitgelegd. Dat betekent dat je wel autisme kunt hebben, maar toch géén diagnose krijgt wanneer je bijvoorbeeld weinig problemen ervaart en goed kunt functioneren in de maatschappij.
Of en hoeveel last je ervaart van je autisme kan door de tijd heen veranderen, waardoor je alsnog (tijdelijk) een diagnose kunt krijgen. Soms heb je als kind veel last op school en kun je je later als volwassene prima redden. Maar het kan ook zijn dat je er in je jeugd weinig van hebt gemerkt en misschien als volwassene vastloopt.
Misschien ervaar je nooit grote problemen. Dat betekent allemaal niet dat je geen autisme hebt, maar dat jouw omgeving bijvoorbeeld goed op jou aansluit of is aangepast. Soms kan weten dat je autisme hebt, ook al heb je geen officiële diagnose, bij jezelf en je omgeving wel zorgen voor meer begrip en zelfinzicht.
Officiële classificatie
De DSM-5, de meest recente versie van het Amerikaanse handboek voor de psychiatrie, spreekt van één autismeclassificatie: de ‘autismespectrumstoornis (ASS)’. Als je voldoet aan alle kenmerken genoemd in domein A en 2 van de 4 kenmerken in domein B dan krijg je de classificatie autisme. Volgens de Zorgstandaard Autisme is de classificatie eigenlijk niet zo belangrijk. Bij autisme is vooral de handelingsgerichte diagnostiek belangrijk.
De DSM-classificatie is onder meer nodig om recht te hebben op (vergoeding van) bepaalde behandelingen, begeleiding of ondersteuning. Veel mensen met autisme herkennen zich niet goed in de criteria uit de DSM. Daarnaast is het bijna altijd zo dat iemand in aanmerking komt voor meerdere DSM-classificaties.
A. Blijvende tekorten in de sociale communicatie en interactie, zoals blijkt uit:
- Tekorten in sociaal-emotionele wederkerigheid.
- Tekorten in het voor sociale omgang gebruikelijke non-verbale communicatieve gedrag.
- Tekorten in aangaan, onderhouden en begrijpen van relaties.
B. Beperkte zich herhalende gedragspatronen, beperkte interesses en activiteiten, zoals blijkt uit:
- Stereotiepe of repetitieve motorische bewegingen, gebruik van voorwerpen of spraak.
- Hardnekkig vasthouden aan hetzelfde, star gehecht aan routines of geritualiseerde gedragspatronen.
- Zeer beperkte, gefixeerde interesses die abnormaal intens of gefocust zijn.
- Over- of onder reageren op zintuiglijke prikkels of ongewone belangstelling voor zintuiglijke aspecten van de omgeving.
Handelingsgerichte diagnose
In een uitgebreidere diagnose wordt duidelijk wat autisme in jouw geval betekent. Een diagnose is namelijk méér dan alleen de classificatie uit het handboek: een goede diagnose is handelingsgericht. Dit houdt in dat de gz-psycholoog of psychiater in kaart brengt welke kwetsbaarheden en sterke kanten je hebt, en vervolgens concrete adviezen voor hulp op maat meegeeft.
Subtypen niet meer gebruikt
De DSM-5, met daarin de parapluterm autismespectrumstoornis (ASS), verscheen in 2013. De voorloper, de DSM-IV, kende nog verschillende subtypen van autisme, zoals de autistische stoornis (ook wel ‘klassiek autisme’ of ‘syndroom van Kanner’ genoemd), het syndroom van Asperger of PDD-NOS. Deze termen worden nu officieel niet meer gebruikt.