'Anders' is niet 'minder goed'
Als de ene partner autistisch is en de andere niet, kunnen communicatie en sociale interactie soms extra moeilijk verlopen. Wanneer iemand zonder autisme bijvoorbeeld subtiele sociale signalen gebruikt — denk aan non-verbale communicatie zoals oogcontact, gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal — dan kan iemand met autisme deze signalen soms missen of anders interpreteren. De non-verbale communicatie van iemand met autisme kan door een niet-autistische partner verkeerd begrepen worden. Ook kan iemand met autisme openhartig of feitelijk over intieme onderwerpen praten, waar een persoon zonder autisme ongemakkelijk van kan worden.
Voorheen werden de verschillen vooral gezien als tekortkoming van de mensen met autisme. Tegenwoordig wordt vaker benadrukt dat mensen met autisme ánders zijn dan mensen zonder autisme, bijvoorbeeld in hun manier van communiceren, maar dat ‘anders’ niet ‘minder goed’ betekent.
Maskeren en camoufleren
Er zijn ook mensen met autisme die zich zoveel mogelijk proberen aan te passen door hun autisme te verbergen (‘maskeren’) of door zich aan te passen aan de sociale normen (‘camouflage’). Dat kost vaak veel energie. Het is zoeken naar een evenwicht tussen jezelf zijn en je aanpassen aan de verwachtingen van de omgeving.
In deze animatie wordt camouflage bij autisme uitgelegd.
Double empathy
We leven in een wereld die voornamelijk is afgestemd op de communicatiestijl en sociale normen van mensen zonder autisme. De double empathy theory pleit ervoor om in relaties waarin één van de partners autistisch is op zoek te gaan naar communicatiemanieren waarbij zoveel mogelijk aan wederzijdse communicatiebehoeftes tegemoetgekomen wordt, zonder daarbij te veel over de eigen grenzen te gaan. Samen op zoek naar compromissen dus. Met als doel: het bereiken van meer wederzijds begrip.
Meer informatie kun je vinden door op internet te zoeken op de termen ‘double empathy’ of ‘camouflage’ in combinatie met ‘autisme’.
Lees onderPartnercommunicatie over seks, Daten, verliefdheid en relaties en Wensen en grenzen meer over dit onderwerp.
Waar en wanneer praten over seks?
Het is niet gebruikelijk om op elk moment en met iedereen over seks te praten. De meeste mensen praten alleen over seks binnenshuis of met hun eigen partner, dus niet in het openbaar of in groepen. Er is nog veel taboe over dit onderwerp.
Het kan zijn dat jij openhartiger over seks praat dan andere mensen en dat daardoor ongemakkelijke situaties ontstaan. Als je dat ervaart, kun je eens aan iemand die je goed kent vragen wat deze persoon als wel of niet gepast ziet. In sommige families of sociale omgevingen is het thema seksualiteit niet of nauwelijks bespreekbaar. Het is dan erg lastig om je eigen gedachten en ideeën over seksualiteit te vormen en te toetsen. Als je in je eigen kring niemand hebt om hierover te praten, dan kun je goede informatiebronnen op internet zoeken of contact opnemen met een informatielijn (zie Meer informatie, hulp en ondersteuning).
Het kan ook zijn dat iemand anders met jou over seks wil praten en bijvoorbeeld vraagt naar jouw seksuele ervaringen en gevoelens. Als je dat niet wil, hoef je daar niet op in te gaan.
Je kunt ook door een andere sociaal-emotionele ontwikkeling minder geremd zijn om over seksualiteit te praten. Dit speelt vaker bij mensen met een verstandelijke beperking.