Waarom zo laat?
Er zijn verschillende redenen waarom iemand pas op latere leeftijd een diagnose krijgt. Misschien was het eerder niet nodig omdat er geen grote problemen in het dagelijks leven waren? Een late diagnose komt ook vaker voor bij mensen met een hoge intelligentie. Gedacht wordt dat zij lange tijd hun autisme weten te compenseren en camoufleren, totdat het op een gegeven moment toch niet meer gaat.
Ook vrouwen worden vaker laat gediagnosticeerd. Autisme ziet er bij hun vaak anders uit dan de ‘traditionele’ opvattingen over wat autisme is. Bovendien krijgen mensen eerst vaak één of meer verkeerde diagnoses voordat aan autisme wordt gedacht. Dit geldt nog sterker bij vrouwen. De laatste jaren trekken de verhoudingen van diagnoses tussen mannen en vrouwen meer naar elkaar toe.
Diagnose nodig voor hulp
Een diagnose is vaak nodig om hulp en begeleiding te krijgen. Daarnaast kan een diagnose helpen om beter te begrijpen waar je tegenaan loopt en hoe je daarmee om kunt gaan. Lees meer over hoe een diagnosetraject in zijn werk gaat op onze website.
Informatie van naasten
Bij de diagnose is het belangrijk om informatie van mensen uit de omgeving te verzamelen, zoals van familieleden of vrienden die de persoon goed kennen. Als je eigen ouders niet meer leven, ontbreekt vaak betrouwbare informatie over je kindertijd. Maar wanneer er geen naastbetrokkene beschikbaar is, mag dit geen reden zijn om de diagnose niet te stellen als er verder aanwijzingen voor autisme zijn. Meer informatie hierover vind je bij het Trimbos Instituut.
Na de diagnose
Als je de diagnose autisme op latere leeftijd krijgt, heb je vaak al een heel leven met onbegrip achter de rug. Waarbij je, nu je op latere leeftijd bent, ook mogelijk eenzaamheid ervaart. De diagnose kan zorgen voor erkenning, opluchting en een gevoel van bevrijding. Maar ook van rouw, omdat je bepaalde denkbeelden en illusies moet laten gaan.
Tegelijkertijd bestaan er nog steeds vooroordelen over de diagnose autisme. Daardoor kun je te maken krijgen met onbegrip of discriminatie. Sommige mensen kiezen er daarom voor om hun diagnose niet met iedereen te delen.
Ook kun je (onbewust) last krijgen van schaamte of minder zelfvertrouwen door negatieve beeldvorming rond autisme als psychiatrische diagnose. Er is daarom ook een beweging om autisme positief te benoemen als natuurlijke variatie tussen mensen, als onderdeel van neurodiversiteit.
Heb je onlangs als volwassene een diagnose autisme gekregen en vraag je je af wat nu te doen? Lees dan de brochure Een diagnose…. en dan?
Praktische tips
· Doe kennis op over autisme
Bijvoorbeeld via psycho-educatie of cognitieve gedragstherapie, of via de NIPA-module Zelfinzicht bij autisme, kun je meer kennis opdoen over wat autisme is en wat autisme voor jou betekent.
· Leer jouw autisme te accepteren en ermee te leven
Er is geen trucje om te bepalen wat door jouw autisme komt en wat door jouw persoonlijkheid. Dat is vaak een lang proces, waarbij je je jouw autisme leert herkennen.
· Probeer lastige situaties tijdig te herkennen
Want dan kun je misschien strategieën bedenken hoe hiermee om te gaan en daarmee negatieve gevoelens vermijden.
Gespecialiseerde instellingen voor ouderen
Volgens het Trimbos Instituut zijn er in Nederland enkele instellingen met specifieke deskundigheid op het gebied van autisme bij ouderen. Door klinische ervaring en wetenschappelijk onderzoek bouwen zij kennis en ervaring op over autisme bij ouderen. Ook bieden enkele instellingen consultaties en second opinions aan op het gebied van ouderen en autisme.
Het gaat hierbij om de volgende instellingen en onderzoekers:
- GGZ Breburg, PersonaCura, hoogspecialistisch centrum voor ouderenpsychiatrie (Rosalien Wilting, Arjan Videler en Karin Delescen)
- GGZ Mondriaan, Topklinisch centrum voor ouderen met persoonlijkheidsstoornissen (Sylvia Heijnen-Kohl en Bas van Alphen)
- Leo Kannerhuis Amsterdam (Hilde Geurts)