Theory of Mind
Als je meer wil weten over empathie bij autisme, kom je al snel uit bij Theory of Mind, of afgekort: ToM. Dit is een van de bekendste concepten in relatie tot autisme, waar al tientallen jaren onderzoek naar wordt verricht. ToM wordt vaak gebruikt in theorieën om de problemen van mensen met autisme op sociaal gebied te verklaren.
Cognitieve empathie
Kortgezegd houden deze theorieën in dat mensen met autisme moeite zouden hebben om zich in het perspectief van de ander te verplaatsen. Dit kunnen ‘lezen’ van de ander wordt ook wel cognitieve empathie genoemd. Volgens de theorie is Theory of Mind bij mensen bij autisme vertraagd of beperkt ontwikkeld, wat dus niet betekent dat Theory of Mind bij mensen met autisme afwezig is. Daarbij is uiteraard de ene persoon met autisme de ander niet. Het verschilt per persoon in hoeverre er moeilijkheden op het gebied van inlevingsvermogen bestaan.
Sally-Anne test
Een van de eerste wetenschappelijke onderzoeken naar Theory of Mind bij autisme komt uit 1985 en is van de hand van de wetenschappers Baron-Cohen, Leslie en Frith. Zij onderzochten Theory of Mind bij een groep kinderen, waarvan een deel autisme had, aan de hand van de zogeheten Sally-Anne test. Deze test bestaat uit een korte sketch met poppen: Sally pakt een knikker en verstopt die in haar mand. Ze verlaat dan de kamer en gaat wandelen. Terwijl ze weg is, haalt Anne de knikker uit Sally’s mand en stopt deze in haar eigen doos. Sally komt terug en aan de kinderen wordt de vraag gesteld: ‘Waar zal Sally haar knikker zoeken?’ Omdat slechts vier van de twintig kinderen met autisme het goede antwoord gaf (in haar eigen mandje), werd verondersteld dat kinderen met autisme een gebrek aan Theory of Mind hebben.
Dubbele empathie-theorie
Het beeld is inmiddels een stuk genuanceerder. Er kunnen namelijk meer oorzaken zijn waarom kinderen met autisme deze vraag onjuist beantwoorden, waaronder een verschil in de manier van communiceren. Dit kan wellicht ook te maken hebben met de ‘dubbele empathie-theorie’, zoals beschreven door Damian Milton in een wetenschappelijk onderzoek in 2012. Deze theorie gaat ervan uit dat empathie beide kanten op werkt. Omdat mensen met autisme en neurotypische mensen verschillende communicatiestijlen hebben en hun begrip van taal verschilt, wordt het probleem van de dubbele empathie waarschijnlijk groter, aldus Milton. Daarbij merkt Milton op dat er aanwijzingen zijn dat neurotypische mensen zich moeilijker in mensen met autisme kunnen verplaatsen, dan andersom.
Emotionele empathie
Daarnaast levert een wetenschappelijke studie uit 2009 belangrijke aanwijzingen dat mensen met autisme over een overdaad aan emotionele empathie (het voelen van emoties van de ander) beschikken. Daarbij kan er wel tegelijkertijd een gebrek zijn aan cognitieve empathie. Verder is het zo dat mensen met autisme hun gevoelens en emoties op een atypische (andere) manier kunnen uiten, waardoor de schijn kan ontstaan, dat zij zich niet of onvoldoende kunnen inleven.
Intense wereld-theorie
Verder is er veel aandacht voor de Intense wereld-theorie uit een wetenschappelijk onderzoek uit 2010. Deze theorie stelt dat bepaalde lokale neurale netwerken in het brein van mensen met autisme hyperactief zijn. Dit zou gepaard gaan met een zeer sterk(e) waarneming, aandacht, geheugen en emotionaliteit. Door deze intense beleving van de wereld kan het lijken alsof iemand met autisme een beperkte Theory of Mind heeft, omdat diegene zich terugtrekt of vermijdingsgedrag vertoont. Terwijl diegene juist door empathische gevoelens en gedachten wordt overspoeld.