Autisme is aangeboren
Autisme is aangeboren en kan niet worden genezen. Over het algemeen worden de eerste symptomen in de vroege kindertijd zichtbaar. Een betrouwbare diagnose kan worden gesteld vanaf dat een kind ongeveer anderhalf jaar oud is. Vaak ontvangen mensen met autisme hun diagnose echter pas veel later, soms zelfs pas als zij allang volwassen zijn. Vooral wanneer de symptomen subtiel aanwezig zijn.
Iedereen ervaart autisme anders
Hoe autisme zich bij jou uit of hoeveel last je ervan ervaart in het dagelijks leven, verschilt per persoon. De uitspraak: ‘Als je 1 persoon met autisme kent, dan ken je 1 persoon met autisme’ gaat dan ook zeker op. Het wil namelijk zeggen dat elke persoon met autisme uniek is. Net als ieder mens, groeit een persoon met autisme en verandert diegene door de jaren heen. Ook veranderen de omstandigheden en de omgeving. Hoe je autisme tot uiting kwam als kind, kan dus heel anders zijn op volwassen leeftijd.
Hulp en begeleiding
Leren wat autisme is en wat dit voor jou betekent, bijvoorbeeld door middel van psycho-educatie, kan helpen met hoe je ermee omgaat. Daarnaast kun je met hulp of begeleiding op de gebieden waar je problemen ondervindt, beter om leren gaan met de klachten die je door autisme hebt. Denk bijvoorbeeld aan psychotherapie, logopedie, coaching en sociale vaardigheidstraining.
Neurodiversiteit
Veel mensen met autisme willen overigens helemaal niet worden genezen, als dat al zou kunnen. Zij zien autisme als een andere manier van zijn. Dit sluit ook aan bij het idee van neurodiversiteit, waarbij als uitgangspunt geldt dat elk brein een andere ‘bedrading’ heeft en er geen ‘standaard’ brein bestaat. Zo zegt de Amerikaanse hoogleraar Temple Grandin hier bijvoorbeeld over (vrij vertaald): ‘Als ik in mijn vingers kon knippen en dan geen autisme meer zou hebben, dan zou ik dat niet doen. Autisme maakt deel uit van wie ik ben.’